Zo werken wij

Een dag op obs Vuurvogel

Kleuterbouw (leerjaar 1-2)

De schooldeuren gaan om 8.15 uur open. De kinderen en bijna alle ouders druppelen binnen. De leerkracht verwelkomt de leerlingen. De ouders kunnen nog even een vraag stellen of iets aan de leerkracht vertellen. Zodra een kind in de klas is, pakt hij/zij een werkje dat al klaar ligt. Een prentenboek of een puzzel enz. Om 8.30 uur starten we in de kring. In de kring zitten oudste en jongste kleuters door elkaar. Na de kring gaan kinderen aan het werk. Voor ieder is er een op zijn/haar niveau afgestemd werkje. De leerkracht heeft een heel goed beeld van waar een kind aan toe is. Daarbij is er digitale ondersteuning van het volgsysteem van de methode "Onderbouwd". Hier kan de leerkracht van groep 1/2 tijdens een kennismakingsgesprek meer over vertellen. 

Instructies, oefenen en spelen wisselen elkaar de hele dag af. Natuurlijk is er daarnaast ruim tijd voor spel, muziek, creatieve activiteiten, bewegen en de lunch met de juf. Daarna lekker buitenspelen met de professionele tussenschoolse opvang van Smallsteps. Daarnaast spelen de kinderen elke dag een uur buiten. Aan het eind van de kleuterperiode zijn de leerlingen dan klaar voor de start in leerjaar 3.

Midden- en bovenbouw (leerjaar 3-8)

De schooldeuren gaan om 8.15 uur open. De leerkracht verwelkomt de leerlingen. Zodra een kind in de klas is, pakt hij/zij een werkje waarvan ze weten dat ze er zelfstandig mee aan de slag kunnen. Om 8.30 uur starten de lessen. Iedere dag starten we met een kwartier lezen. "Leeskilometers maken! " Direct daarna starten de instructies. Afhankelijk van het vak kan de organisatie wisselen. Voor alle vakken waarbij je "werkniveau" van belang is, wordt ook op niveau verwerkt. (Spelling, rekenen en begrijpend lezen). De leerkracht heeft een heel goed beeld van waar een kind aan toe is. Daarbij is er digitale ondersteuning van een volgsysteem én de systematiek van Gynzy. Gynzy is het verwerkingsprogramma voor de genoemde vakken. Alvorens een kind daarmee aan de slag kan, moet er eerst een instructieles en een samen-oefenles worden gedaan. Met de hele klas samen. Omdat we met samengestelde groepen werken gebeurt dat soms toch met de hele klas, maar ook groepsdoorbroken. De leerlingen van parallelgroepen kunnen dan of op leerjaar of op niveau bij een instructieles en een samen-oefenles zitten. Je kunt dus ook les krijgen van een andere leerkracht dan je "eigen" meester of juf.

Na de lunch met je eigen leerkracht wordt er lekker buitengespeeld met de professionele tussenschoolse opvang van Smallsteps. In de middag zijn er ook instructies, maar ook bijv. muziek, tekenen, handvaardigheid. Op die dagdelen wordt er dan ook veel aandacht besteed aan de groepsvorming. Aan het eind van de basisschoolperiode zijn de leerlingen dan klaar voor de start in het voortgezet onderwijs. Op de scholen voor voortgezet onderwijs wordt onze werkwijze al langer gebruikt, de overgang is voor de meeste kinderen dan niet zo heel erg groot.

Toetsen

Op obs Vuurvogel toetsen we op meerdere manieren. 

Normatief: net als vroeger: hoeveel maakte je al goed, waar schort het nog aan ten opzichte van een methode- of CITO-norm.

Formatief: hoeveel ben je ten opzichte van je vorige toets gegroeid. Hier is het kind zelf de norm.

Maar ook: in hoeverre is de instructie van de leerkracht goed genoeg geweest? Daarbij zijn kind én methode de norm.

In principe willen we dat kinderen 80% van wat ze maken goed kunnen doen. Dan heb je een voldoende. Er zijn methodetoetsen: korte termijn: heeft een kind meegekregen wat de bedoeling was? (geheugen). Het leerlingvolgsysteem toets voor de langere termijn: elke 5 maanden ( 2 x per jaar) onderzoeken we hoe het voorafgaande onderwijs is beklijfd en kan worden toegepast in andere situaties. (intelligentie)

Veel toetsen en toetsmodules worden geautomatiseerd uitgevoerd. Ons oefenprogramma Gynzy houdt van ieder kind nauwgezet bij hoe het vordert. De leerkracht ziet in één oogopslag of een leerling de stof al beheerst of nog niet. Andere toetsvormen en eigen observatie ondersteunen deze informatie. De leerkracht weet zo heel snel of en welke extra aandacht er nodig is.